Gods grootheid zien als je gelooft

Vandaag, 28 maart, lezen we verder in Johannes 11, uit de verzen 40-44: Jezus zei tegen Marta: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien?’ Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek Hij omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord.’

Jonneke, betrokken bij Lume, schrijft: Soms lijkt hoop ver te zoeken. Je hoeft het wereldnieuws maar te horen: oorlogsdreiging, oorlogen en rampen. Ook in je eigen leven is hoop soms ver weg: gezondheidsproblemen, tegenslag op je werk, moeilijke familiebanden.
Je kunt er moedeloos of zelfs wanhopig van worden. Is er een weg naar buiten?

Lees meer

Johannes 11:36-39

Jezus huilde. Een kort vers vol betekenis. Waarom huilde Jezus? De mensen zagen het ook: kijk nou toch, Hij heeft ook verdriet om zijn geliefde vriend. Medelijden, zegt de een, krokodillentranen, meent de ander. Hij had toch makkelijk dit kunnen voorkomen? Als Hij maar eerder was gekomen.
Misschien waren het tranen van frustratie, omdat de mensen blijkbaar nog steeds niet doorhadden dat Hij zélfs tot in de dood hoop kon brengen?
Waarom, denk jij, huilde Jezus?

Lees meer

Ergernissen en basisbehoeften

Het is vandaag 27 maart en dag 33 van de veertigdagentijd.
Je ergeren, waar erger jij je aan en waarom? Christien, verbonden aan Kerkpunt, laat zien dat ‘je ergeren’ te maken heeft met iets anders, iets wat dieper gaat. De bijbeltekst voor vandaag is Johannes 11:36-39: … de Joden zeiden: ‘Wat heeft Hij veel van hem gehouden!’ Maar er werd ook gezegd: ‘Hij heeft de ogen van een blinde geopend, Hij had nu toch ook de dood van Lazarus kunnen voorkomen?’ Weer ergerde Jezus zich. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening. Hij zei: ‘Haal de steen weg.’
Wat gaat Jezus nu doen op onze reis van Hoop?

Lees meer

Johannes 11:28-35

De geschiedenis herhaalt zich. Ook Maria gaat naar Jezus toe. Ze vlucht weg uit het huis dat vol is met mensen die gekomen waren om hun medeleven te tonen en te troosten. Ze zegt precies hetzelfde als haar zus: als U hier was geweest… Een verwijt, een klacht aan het adres van Jezus? Maar Jezus laat Zich niet ophouden, Hij wil naar het graf toe. Hij wil laten zien dat hun hoop op Hem niet tevergeefs was.

Lees meer

God redt

‘Jezus begon te huilen’ (Joh. 11:35). Het schijnt het kortste vers uit de Bijbel te zijn: ‘Jezus huilde.’ Maar met zoveel betekenis. Hier vind je het evangelie in een notendop, noteert Wouter, verbonden aan Verre Naasten. Het is vandaag 26 maart en dag 32 van de veertigdagentijd.

We lezen Johannes 11:33-35: Jezus zag hoe Maria en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en Hij ergerde zich. Diep bewogen vroeg Hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ Jezus begon te huilen.

Lees meer

Johannes 11:17-27

Wat zouden Jezus en de discipelen onderweg naar Betanië allemaal hebben gezegd en gedacht? Bij aankomst blijkt Lazarus al vier dagen geleden begraven was. Grote kans dus dat hij al gestorven was toen de boodschapper hen had bereikt. Nu treffen ze een huis vol van rouw en verdriet. Marta gaat hen tegemoet. Was haar hoop op Jezus tevergeefs geweest? Waarom bleef Hij toch zolang weg… ’Je broer zal weer opstaan uit de dood’, reageert Jezus. Ja, dat weet ze. Later, op de jongste dag, bij de opstanding van de doden. Maar Jezus zegt: ‘nee, niet dan pas maar nú al! Want Ik ben de Opstanding en het Leven! Geloof je dat? Vertrouw je Mij? Durf je je hoop op Mij te stellen, zelfs voorbij de dood?

Lees meer

Hoop heeft een naam

Vandaag is het 25 maart en dag 31 van de veertigdagentijd. Dood, rouw, gemis… Woorden schieten tekort, zegt Eline, verbonden aan Lume: je wilt iemands pijn verzachten, maar dat lukt niet met zinnen.

Jezus is aangekomen bij het graf van Lazarus. Hoe gaat Hij om met de dood van Lazarus?

We lezen Johannes 11 vanaf vers 21: Marta zei tegen Jezus: ’Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat U vraagt. Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ ‘Ja,’ zei Marta, ‘Ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft.’

Lees meer

Johannes 11:11-16

Lazarus slaapt, zegt Jezus. Letterlijk: hij is ingeslapen! Het is een verzachtende omschrijving van het sterven. Maar de discipelen denken dat Lazarus ‘gewoon’ slaapt, een teken dat hij aan de beterende hand is. En dan wil Jezus hem wakker maken?! Heeft Lazarus zijn slaap niet hard nodig om weer op te knappen? Vreemd allemaal…
En dan zegt Jezus dat Lazarus echt gestorven is. Dus toch?! Hoe dan… was de ziekte dan wél dodelijk?! De discipelen snappen er niks meer van. Wat heeft het voor zin om de levensgevaarlijke tocht naar Judea te ondernemen als Lazarus toch al dood is? ‘Laten we maar met Hem meegaan,’ verzucht Tomas, ‘dan wacht ons hetzelfde lot…’’

Lees meer

Laten we gaan…

Vandaag, 24 maart, is het de 30ste dag van de veertigdagentijd. We lezen het vervolg van gister. Aansluitend bij het weekthema Kom naar buiten: Jezus gaat nu een stap verder naar buiten… Hij besluit terug naar Judea te gaan: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen. Ik ga hem wakker maken’. (…) Toen zei Hij hun ronduit: Lazarus is gestorven, en om jullie ben ik blij dat ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toegaan. Tomas zei tegen de anderen: ‘Laten ook wij maar gaan, om met Hem te sterven.

Wendy, verbonden aan LPBmedia, mediteert over die laatste woorden.

Lees meer

Johannes 11:5-10

Wat een bijzondere reactie van Jezus! In plaats dat Hij direct met zijn discipelen naar Betanië gaat – Hij is toch een vriend? – blijft Hij een paar dagen rustig op de plaats waar Hij is. ’Deze ziekte loopt niet uit op de dood…’ Valt het dan wel mee met die ziekte van Lazarus? Maken Maria en Marta zich zorgen om niets? Pas na twee dagen gaat Jezus dan toch op weg, naar Judea, met gevaar voor eigen leven…
Wanneer je God iets vraagt, dan zegt Hij soms ja, soms nee en soms wacht. Welke van deze antwoorden herken je in je eigen leven?

Lees meer