Johannes 14:1-16

Don’t worry…! Maak je geen zorgen. Houd moed en blijf je hoop op God stellen.
Jezus belooft al vóór zijn lijdensweg naar Jeruzalem dat Hij terug zal komen. Al vóór het kruis ziet Hij voorbij de dood. Dat biedt perspectief. De weg naar het Vaderhuis zal Hij hoogstpersoonlijk toegankelijk maken. Sterker nog: Hij ís die Weg! Hij is betrouwbaar en Hij is nu bij de Vader. En Hij komt weer terug. Houd moed! En houdt vol!

Lees meer

Matteüs 21:12-17

Het eerste wat die beloofde Vredevorst doet is… grote schoonmaak in de tempel: van een marktplein en rovershol moet het opnieuw een huis van gebed worden!
En gelijk daarna volgt het genezen van blinden en verlamden. Het is opnieuw vervulling van profetieën (Jesaja 35). De kinderen blijven het loflied herhalen: ’Hosanna!’ Ook precies zoals in de Schriften was aangegeven. Alles bij elkaar zien we hier intense tekenen van hoop en verwachting. Zing mee: Hosanna voor de grote Koning!

Lees meer

Matteüs 21:1-11

’Hosanna, hosanna’ Kijk daar: Jezus van Nazareth. Hij wordt als koning en bevrijder binnengehaald. Maar wat een bijzondere koning. Niet een strijdbare ridder op een paard, maar een nederige dienaar op een ezel. Het is een herinnering aan de profetie van Zacharia: Zie, uw koning komt tot u, rijdend op een ezel.’ De mensen in Jeruzalem zijn vol hoop. Nú zal het toch gaan gebeuren dat die vervloekte Romeinen worden verjaagd. Maar hun beeld van Zijn koningschap klopt niet.
Waar botst dit verhaal met jouw beeld van Jezus als koning?

Lees meer

Johannes 11:40-44

Als je gelooft, zul je grootse dingen zien: de grootheid van God! De weg van hoop is een weg van vertrouwen. Jezus dankt vóór de opwekking van Lazarus dat Zijn Vader Hem al heeft verhoord! Ook als wij nu niets zien van Gods grootheid, blijven we hopen op Hem! Bij de opwekking van Lazarus klinkt Jezus’ oproep ‘Kom naar buiten!’
Ook wij worden geroepen op te staan en te gaan. Gods stem reikt verder dan onze hoop.

Lees meer

Johannes 11:36-39

Jezus huilde. Een kort vers vol betekenis. Waarom huilde Jezus? De mensen zagen het ook: kijk nou toch, Hij heeft ook verdriet om zijn geliefde vriend. Medelijden, zegt de een, krokodillentranen, meent de ander. Hij had toch makkelijk dit kunnen voorkomen? Als Hij maar eerder was gekomen.
Misschien waren het tranen van frustratie, omdat de mensen blijkbaar nog steeds niet doorhadden dat Hij zélfs tot in de dood hoop kon brengen?
Waarom, denk jij, huilde Jezus?

Lees meer

Johannes 11:28-35

De geschiedenis herhaalt zich. Ook Maria gaat naar Jezus toe. Ze vlucht weg uit het huis dat vol is met mensen die gekomen waren om hun medeleven te tonen en te troosten. Ze zegt precies hetzelfde als haar zus: als U hier was geweest… Een verwijt, een klacht aan het adres van Jezus? Maar Jezus laat Zich niet ophouden, Hij wil naar het graf toe. Hij wil laten zien dat hun hoop op Hem niet tevergeefs was.

Lees meer

Johannes 11:17-27

Wat zouden Jezus en de discipelen onderweg naar Betanië allemaal hebben gezegd en gedacht? Bij aankomst blijkt Lazarus al vier dagen geleden begraven was. Grote kans dus dat hij al gestorven was toen de boodschapper hen had bereikt. Nu treffen ze een huis vol van rouw en verdriet. Marta gaat hen tegemoet. Was haar hoop op Jezus tevergeefs geweest? Waarom bleef Hij toch zolang weg… ’Je broer zal weer opstaan uit de dood’, reageert Jezus. Ja, dat weet ze. Later, op de jongste dag, bij de opstanding van de doden. Maar Jezus zegt: ‘nee, niet dan pas maar nú al! Want Ik ben de Opstanding en het Leven! Geloof je dat? Vertrouw je Mij? Durf je je hoop op Mij te stellen, zelfs voorbij de dood?

Lees meer

Johannes 11:11-16

Lazarus slaapt, zegt Jezus. Letterlijk: hij is ingeslapen! Het is een verzachtende omschrijving van het sterven. Maar de discipelen denken dat Lazarus ‘gewoon’ slaapt, een teken dat hij aan de beterende hand is. En dan wil Jezus hem wakker maken?! Heeft Lazarus zijn slaap niet hard nodig om weer op te knappen? Vreemd allemaal…
En dan zegt Jezus dat Lazarus echt gestorven is. Dus toch?! Hoe dan… was de ziekte dan wél dodelijk?! De discipelen snappen er niks meer van. Wat heeft het voor zin om de levensgevaarlijke tocht naar Judea te ondernemen als Lazarus toch al dood is? ‘Laten we maar met Hem meegaan,’ verzucht Tomas, ‘dan wacht ons hetzelfde lot…’’

Lees meer

Johannes 11:5-10

Wat een bijzondere reactie van Jezus! In plaats dat Hij direct met zijn discipelen naar Betanië gaat – Hij is toch een vriend? – blijft Hij een paar dagen rustig op de plaats waar Hij is. ’Deze ziekte loopt niet uit op de dood…’ Valt het dan wel mee met die ziekte van Lazarus? Maken Maria en Marta zich zorgen om niets? Pas na twee dagen gaat Jezus dan toch op weg, naar Judea, met gevaar voor eigen leven…
Wanneer je God iets vraagt, dan zegt Hij soms ja, soms nee en soms wacht. Welke van deze antwoorden herken je in je eigen leven?

Lees meer

Johannes 11:1-4

Grote zorgen in huis bij Maria en Marta: hun broer Lazarus is niet maar een beetje ziek, maar zeer ernstig! Wat nu?! Ze sturen Jezus een indringende boodschap: ’Heer, uw vriend is ziek. Hij zal toch wel komen om hem beter te maken?
Hun hoop is op Jezus gevestigd. Want: in het verleden behaalde resultaten bieden toch garantie voor de toekomst?
In hoeverre herken jij je in de verwachting die Maria en Martha van Jezus hebben?

Lees meer