Herstel en eerbied

Deze week gaan we op weg naar het feest. Het is vandaag 30 maart en dag 35 van de veertigdagentijd. Na het ‘Hosanna!’ van gister nu opnieuw intense tekenen van hoop en verwachting in Matteüs 21:12-17: ‘Jezus ging de tempel binnen en joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht. Hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,”, maar jullie maken er een rovershol van!’ Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar Hem toe, en Hij genas hen. Majorie, verbonden aan Lume, is onder de indruk van deze gebeurtenis.

Een tot de verbeelding sprekend verhaal. Je kunt je de verontwaardiging van Jezus haast voelen. Hij eist eerbied voor zijn Vader. Terecht natuurlijk… Eerbied voor de heilige God. 

Toen ik de aflevering schreef over Mozes die de berg op mocht komen en het volk vol ontzag voor de grote heilige God daar omheen stond, dacht ik al aan het verhaal van vandaag. Want Jezus wil in dit verhaal ook Gods eer, zijn heiligheid herstellen. Dat vind ik mooi. Dat geeft zijn liefde voor zijn Vader weer. 

Soms denk ik: kan het ook zo zijn dat in de kerk, welke kerk dan ook, Gods heiligheid wordt aangetast? 

Ik wil daar wel graag alert op zijn… en ik wil leren van Jezus: van zijn radicale houding. Hij keert tafels om en drijft handelaren weg uit de tempel. Hij roept: … jullie maken er een rovershol van!” . 

En dan meteen staat er het volgende in vers 14: Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden naar Hem toe, en Hij genas hen.

Jezus was dus intens boos, woedend zelfs, tenminste dat beeld heb ik van die situatie, en meteen daarna komen zieken genezing vragen en geeft Hij dat ook. Dat klinkt niet heel logisch…

En toch gebeurde het.

Jezus heeft de mensen dus niet bang gemaakt met wat Hij deed. Anders kwamen deze verlamden en blinden niet meteen naar Hem toe om genezing te vragen. Dat maakt dat ik geloof dat Jezus’ liefde groter was dan zijn boosheid. Of beter gezegd: die boosheid was gerechtvaardigd omdàt het uit liefde was. Puur. Echt. Dat was te zien en te merken. De zieken wilden naar Hem toe. Bij Hem moeten we zijn.

Jezus heeft ruimte gemaakt door deze plek weer te heiligen tot waar die voor bedoeld is: gebed, genezing, onderwijs over Gods Woord. De status van deze zieken herstelt Hij hier. De tempel en daarmee de dienst aan God èn deze mensen in ere hersteld door Jezus’ optreden.

Die felheid van Jezus… als voorbeeld voor mij… ook in de kerk? Dat is toch Gods huis, zoals ook de tempel dat was. Heilige verontwaardiging over wat God niet de eer geeft? Als er teveel naar eigen eer gezocht wordt, als er teveel ontzag is voor zelfbedachte regels, als God niet op de eerste plek gezet wordt.

Ja, die heilige verontwaardiging is dan op zijn plaats. En toch moet ik in dat alles vooral de vrede bewaren. Is voorzichtigheid geboden. Kom op voor God en zijn Naam, maar richt je eigen verontwaardiging niet op een ander. Mijn felheid mag niet ten koste van een ander gaan. Of van mijn relatie met hen. Oordelen is niet aan mij. De vrede bewaren wel. Blijf de Vrede zoeken. De vrede die van Jezus is. Omdat Hij de Vrede Zelf is.