Vandaag is het 31 maart en dag 36 van de veertigdagentijd. Op de weg naar het feest staan we vandaag stil bij Johannes 14:1-2: Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken?
Bij Jan-Matthijs roept deze tekst heimwee op. Hij is op werkbezoek in Congo voor Verre Naasten.
Heimwee. Op het moment dat ik dit schrijf, weet ik er alles van.
Ik ben op werkbezoek in de Democratische Republiek Congo. Prachtig. Ik heb hier jaren gewoond en gewerkt, dus ik ontmoet oude bekenden en haal herinneringen op.
Diep binnenin me voel ik ook: dit is niet mijn thuis. Het zal goed zijn terug te keren naar Nederland. Naar mijn lief. Naar mijn kinderen. Waar ik mijn moeders taal kan spreken en het eten vertrouwd is.
Ik ervaar nog een ander soort heimwee: verlangen naar het verleden. Want Congo is wel mijn thuis geweest. Zeven jaar heb ik hier met mijn gezin gewoond en gewerkt. De mooiste tijd van mijn leven. Ik was op mijn plek, kwam helemaal tot mijn recht. Nu ik de plaatsen bezoek en de mensen uit die tijd weer ontmoet, slaat er soms een vlaag van verlangen naar die tijd van toen door me heen. Heimwee gaat blijkbaar niet alleen over één concrete plek, maar gaat ten diepste over thuis: waar kun je helemaal jezelf zijn?
Tijdens de beroemde laatste maaltijd van Jezus, houdt de Heer een lange toespraak. Hij heeft het vooral over zijn relatie met de leerlingen en over hun plek in de wereld. En in dit verband gaat het ook over de vraag: waar ben je thuis? Je zou Jezus’ woorden zo kunnen weergeven: ‘lieve vrienden, er staat jullie veel te wachten. Je zult je vooral ontheemd voelen. Maar niet wanhopen: er wacht jullie een thuis. Plek genoeg in het huis van Vader.’
Velen hebben bij deze woorden gedacht dat de Here Jezus doelt op een plek in de hemel, en niet ten onrechte. Een deel van de christelijke hoop is dat we na dit leven “met Christus zullen zijn”, zoals Paulus het eens onder woorden bracht. Maar Jezus zou Jezus niet zijn, als er niet een diepere laag in zijn woorden te vinden is.
Want thuis is meer dan een heerlijke plek, waar het goed toeven is. Thuis gaat over samen zijn met je geliefden. Thuis gaat over waar je tot je recht komt. Waar je wordt gezien en waar je er helemaal kunt zijn.
Jezus heeft het daar ook over. Ons werkelijke thuis, en dat geldt voor ieder mens, waar je ook bent geboren, waar je ook bent geworteld, of: hoeveel problemen je ook hebt met wortelen, met je hechten aan mensen en aan plaatsen: ons werkelijke thuis is verbonden zijn met Jezus Christus en met de Vader.
Verderop zegt Jezus dat ook, in vers 23: “Wanneer iemand mij liefheeft, zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen”.
Heimwee is een gevoel dat we ten diepste allemaal kennen. Daar hoef je geen verre reizen voor te maken. Al blijf je je hele leven op dezelfde plek wonen, dan nog kruipt er heimwee in je hart. We voelen het elke keer als het pijn doet in ons leven: Een geliefde overlijdt… Er komt een breuk in een goede relatie… Ik val mezelf vaak tegen, hoe goed ik het ook wil proberen… Ik weet me geen raad met alle verwachtingen die ik voel… Er is zoveel mis in mijn leven, zoveel mis in de wereld.
Diep van binnen voelen we dat. Soms heftig, soms nauwelijks. Maar er blijft dat verlangen naar een plek waar ik me helemaal geliefd weet, waar ik thuis ben, waar ik tot mijn recht kom.
Het is juist dat wat Jezus belooft aan iedereen die zich overgeeft aan Hem. “Mijn Vader en ik zullen bij hem komen, zullen bij haar komen, en bij haar wonen”.
Laat elke keer als het leven je pijn doet, dat een herinnering zijn aan de werkelijkheid die komt. Dan doel ik niet op wat wij vaak de hemel noemen, wanneer we sterven en bij Christus zullen zijn. Nee, dan gaat het over de hemel op aarde, het moment dat God komt wonen bij de mensen.
Iets daarvan mag je nu al proeven: de Heer Jezus en de Vader die bij je wonen. Welkom thuis.
Podcast: Play in new window | Download