De blinde man heeft een enorme verrijking van zijn leven ervaren. Zó heeft hij nog niet eerder geleefd. En zijn blik wordt nog verder verbreed. Er is een man die zijn ogen kon openen. Sommigen zien hem als een zondig mens. Maar iemand die zo’n wonder doet moet toch wel van God komen? De genezen blinde trekt zijn conclusie: dat moet wel een profeet zijn.
Welk perspectief dit brengt overziet hij nog niet. Maar het is hoopvol.