Het is vandaag 16 maart en dag 23 van de veertigdagentijd. De bijbeltekst van vandaag over Jezus die een blindgeborene geneest spreekt tot de verbeelding. Majorie, betrokken bij Lume, laat haar gedachten erover gaan: wat kan ik van deze gebeurtenis leren voor mijn dagelijkse bestaan?
We lezen Johannes 9:10 en 11: Toen vroegen zijn buren en de mensen die hem kenden: ‘Hoe zijn je ogen open gegaan?’ Hij zei: Iemand die Jezus heet, maakte wat modder, streek die op mijn ogen en zei: ‘Ga naar Siloam om u te wassen.’ Ik ging erheen en toen ik me gewassen had, kon ik zien.
Een poosje liep ik rond met het tekstgedeelte van vandaag in mijn gedachten. Wat kan ik er uit leren? Het sprak me aan, zeker. Het is een prachtig verhaal van een genezing, met modder nota bene. Als kind vond ik het een beetje raar en tegelijk mooi.
Wat me nu vooral aanspreekt is de eenvoud van de woorden van de genezen man.
Genezen door Jezus trok hij de aandacht van zijn buren. Logisch natuurlijk… altijd bedelend aan de weg en nu rondlopend… ziende!
De verbazing is groot en ze willen weten wat er gebeurd is. Zijn reactie is zo eenvoudig: ‘Hij heeft wat modder op mijn ogen gedaan, ik heb me gewassen en nu kan ik zien.’ Niet meer en niet minder. Een stap voor stap beschrijving van wat was voorgevallen.
Dat zette mij aan het denken: dat is gewoon getuigen! Dat kan ik ook… toch? Vertellen wat God in mijn leven gedaan heeft. Geen groots wonder nee, dat zou meer indruk maken… Maar toch, Hij werkt wel in mijn leven. Ik kan vertellen over de rust die ik ervaar ook als het stormt in mijn leven, over zelfvertrouwen dat ik heb gekregen en onzekerheden die verdwenen toen ik echt met Jezus ging leven. Een waardevolle vriendschap die ontstond toen ik al 42 was. En ook genezingen van ziekte in mijn omgeving. Allemaal van en door God.
Zo makkelijk kan getuigen dus zijn… gewoon beschrijven wat er gebeurde.
Waarom ervaar ik het dan vaak niet zo? Moeten de wonderen grootser zodat ik beter durf? Of zodat de vragen vanzelf op me afkomen zoals bij de blindgeborene uit dit verhaal? Ja, dat zou makkelijker zijn inderdaad.
Toch wringt dat en klinkt het ondankbaar en ontevreden. Als ik op duidelijk zichtbare wonderen ga wachten, krijgt God dan wel de eer die Hem toekomt? Nee… die krijgt Hij dan niet. En dat is wel wat ik wil zo lang ik hier op aarde ben.
Gelukkig mag ik getuigen op een manier die bij me past. Getuigen door vriendelijk en behulpzaam te zijn. Mee te leven. Naar de kerk te gaan. Tegen de dokter te zeggen dat ik echt wel op mijn knieën blijf gaan, ondanks dat zij het afraadt, want ik wil voor God op mijn knieën, iedere ochtend.
Ook aan het eind van een gesprekje met een klantenservice degene die mij te woord staat Gods zegen toewensen. Het zijn kleine dingen die nu vrij makkelijk voor me zijn, zij het met een rood hoofd voor m’n scherm van spanning.
Een mooie tekst hierbij is Matteüs 5:16. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader in de hemel verheerlijken.
Wandelen in zijn Licht dus. Zodat ik schijn. Goed om mezelf dus echt niet meer te verstoppen.
Goed is het ook te beseffen dat we een brief van Christus zijn, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in mensenharten, zoals in 2 Korinthiërs 3:3 staat. Dat leert me om dichtbij Jezus te leven en met zijn Geest verbonden te zijn. Dan ben ik zichtbaar kind van Hem. Een brief, te lezen en te bevragen. Kom maar op.
Podcast: Play in new window | Download