Vandaag is het 2 maart en dag 11 van de veertigdagentijd. We lezen een hoopvolle tekst op onze reis ter voorbereiding op Goede Vrijdag en Pasen. Een tekst waarin doorklinkt dat God dichtbij is. Exodus 19:3 en 4: Mozes ging de berg op, naar God. De HEER riep hem vanaf de berg toe: ‘Zeg tegen het volk van Jakob, laat de kinderen van Israël weten: “Jullie hebben gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe Ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. Martha Riemer van LPB media mediteert daarover.
Door rondjes te cirkelen in een kolom warme lucht winnen vogels hoogte. Eenmaal hoog genoeg, glijden ze af naar een nieuwe thermiek om vervolgens weer langzaam omhoog te cirkelen. Vaak sta ik met verwondering en verlangen ernaar te kijken. Het lijkt mij heerlijk om zo te zweven. Vrij. Het dansen met de wind. Alsmaar hoger.
Vogels zijn een veelgebruikt beeld in de Bijbel: mus, zwaluw, gier, duif, buizerd, ibis, ooievaar. De adelaar, vaak met een vleugelspanwijdte van zo’n drie meter, roept wel een heel tekenend beeld op. Zoals in de tekst van vandaag. Die woorden van God, daar op de berg Sinaï, brengen het volk Israël precies waar Hij hen hebben wil: bij Hem.Hij droeg hen op adelaarsvleugels, Hij zorgde, Hij leidde hen door de woestijn. En daar, onder aan die berg, mogen ze rusten aan zijn hart. Het is de opmaat naar wat komen gaat: straks wordt de wet aan hen gegeven.
Een adelaar leert een jong vliegen door het uit het nest te kieperen zodat het voelt hoe het zijn vleugels gebruiken kan in de wind. En ze blijven in de buurt, kijken niet vanaf een afstandje of het jong het wel redt, maar blijven eronder — dichtbij, krachtig, beschermend. Dat geeft vertrouwen. In dat beeld van zo’n jong kan je ook jezelf zien. Jij op de weg van hoop, in de woestijn van het leven. Dat wordt zo mooi verwoord in dit lied van Huub Oosterhuis:
Die mij droeg op adelaarsvleugels
die mij hebt geworpen in de ruimte;
en als ik krijsend neerviel
mij ondervangen met uw wieken
en weer opgegooid
totdat ik vliegen kon
op eigen kracht
Herken je dat? Het is eerlijke taal. Je wordt ergens ingegooid — in een situatie die je niet koos, een taak waar je nog niet helemaal klaar voor bent, een verandering die je dag anders maakt dan gisteren. Of als we de wereld voelen en vaak ook zien met alle beelden en informatie die ons hoofd en hart binnenrolt… Haast alsof je zweeft in het luchtledige.
En dan…val je soms. Je zoekt naar houvast. Naar richting.
En midden daarin zegt God: Ik draag je. Al die tijd al. Zoals in Psalm 68: Geprezen zij de Heer, dag aan dag, deze God draagt ons en redt ons.
Wat mij zo raakt is de alleszeggende volgorde: Je bent van Mij. Ik red je – Ik geef je met mijn regels de ruimte om heilig te leven, een heilig volk te zijn, een heilig volk op de weg van hoop.
God zegt niet: “Hier zijn de regels, en als je dat goed doet, dan draag Ik je.” Nee — eerst draagt Hij. Pas daarna geeft Hij de woorden die richting geven, zijn wet. Woorden die ruimte scheppen. Woorden die thermiek opleveren waarop wij vrij kunnen zweven. Hoger en hoger, de thermiek even missen en vallen, om dan door de krachtige vleugelslagen van de adelaar weer omhooggetild te worden in de volgende thermiek. Omdat Hij nabij is. Onder ons, boven ons.
Echte vrijheid…die begint niet bij jezelf. Die begint bij gedragen worden. Je vol vertrouwen overgeven aan de thermiek van Gods nabijheid. Hij laat je groeien, maar laat je niet vallen. Hij geeft ruimte, maar blijft nabij. Zoals de adelaar die loslaat én opvangt.
Wát een heerlijkheid! Ik mág zweven!
Podcast: Play in new window | Download