Vandaag, 24 maart, is het de 30ste dag van de veertigdagentijd. We lezen het vervolg van gister. Aansluitend bij het weekthema Kom naar buiten: Jezus gaat nu een stap verder naar buiten… Hij besluit terug naar Judea te gaan: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen. Ik ga hem wakker maken’. (…) Toen zei Hij hun ronduit: Lazarus is gestorven, en om jullie ben ik blij dat ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toegaan. Tomas zei tegen de anderen: ‘Laten ook wij maar gaan, om met Hem te sterven. Wendy, verbonden aan LPBmedia, mediteert over die laatste woorden.
‘Laten we ook maar gaan, om met Hem te sterven…’ Wanneer ik de woorden van Tomas lees hoor ik de zucht erin doorklinken. Vermoeidheid, berusting. Alsof er geen keuze meer is. Alsof het enige wat rest, is meegaan met Jezus. Niet vol vertrouwen, maar gelaten. Het verlies accepteren. De weg naar Judea voelt als de weg naar het einde.
Op het eerste gezicht lijkt de reactie van Tomas daarom somber en terneergeslagen. Een nuchtere conclusie: als we Jezus volgen, kost ons dat misschien alles. En eerlijk gezegd: ik herken dat. Soms voelt geloven ook zo: niet triomfantelijk of sterk, maar gelaten, vermoeiend. Je best doen, zonder precies te weten waarom of waarheen. Omdat er geen beter alternatief lijkt te zijn.
De woorden van Tomas zijn een contrast met de woorden van Jezus, even daarvoor. Lazarus is dood, gestorven. ‘Laten we naar hem toe gaan’, klinkt het doelbewust, vastberaden. Jezus weet dat deze weg en de route die erna volgt geen gemakkelijke weg is. Het is geen overzichtelijke route met garanties. Het is een weg die door verlies, onzekerheid – ja zelfs door de dood heen gaat. Maar Hij ontwijkt die weg niet.
Tomas voelt het haarfijn aan: de weg met Jezus kan gevaarlijk zijn, kan je alles kosten. Hoe langer ik over zijn woorden nadenk, hoe meer ik me afvraag; zit er alleen moedeloosheid in? Of misschien ook trouw? Misschien zelfs wel moed? Want ondanks zijn sombere toon gaat hij wél en moedigt ook anderen aan om met Jezus mee te gaan. Wat het ook kost.
Jezus ontwijkt het lijden niet maar gaat het tegemoet. Waar wij mensen instinctief terugdeinzen, loopt hij doelbewust vooruit. Hij treedt die weg met opgeheven hoofd tegemoet. Verwarrend want waar voor Tomas en de andere leerlingen de dood het einde is, is het voor Jezus een doorgang naar iets anders.
Daar begint voor mij een weg van hoop. Christelijke hoop is niet alleen optimisme, vertrouwen dat het allemaal wel goed zal aflopen. Het is ook geen ontkenning van pijn of verlies. De weg van Jezus gaat werkelijk door het graf heen. Lazarus is echt gestorven. Jezus zal sterven. De hoop van het evangelie is geen omweg langs het lijden maar een weg erdoorheen. En dat is soms moeilijk, uitzichtloos, ingewikkeld. Volgen betekent niet veiligheid, maar overgave.
Tomas verbindt zijn lot aan dat van Jezus. En precies daar gebeurt iets. Hoop ontstaat waar mensen hun leven niet veiligstellen maar leren vertrouwen. Waar je het roer van je leven uit handen geeft omdat je Hem vertrouwt die je voorgaat. Dat herken ik in mijn eigen geloof. Soms voelt Jezus volgen helemaal niet krachtig of zeker maar aarzelend. Toch ervaar ik rust wanneer ik me richt op Jezus. Alsof hoop zit in die eenvoudige keuze: met Hem meegaan. En daarom durf ik te zeggen: als het nodig is, wil ik met Hem meegaan. Want waar Hij gaat, daar is leven.
Het lied ‘Op Hem rust mijn geloof’ (opwekking 670) bemoedigt mij op die weg: ‘Op Hem rust mijn geloof, en hierin vind ik hoop, dat Jezus Christus opstond uit de dood! Geen vreugde overtreft, het kennen van mijn Heer…’
Podcast: Play in new window | Download