Zonder water geen leven. Als water een onzekere factor is, besef je dat heel goed. Als je elke dag met je kruik naar een bron moet is dat heel wat anders dan wanneer het gewoon uit de kraan komt. We lezen over de bron van Jakob, waarin de Schepper zelf het water laat opborrelen. Maar vandaag is er rond dat water meer aan de hand. Er zit een dorstige reiziger bij de bron, een joodse man. Hij vraagt om water.
Vreemd: het is niks voor joden om dat aan een Samaritaanse te vragen. Er komt een gesprek op gang en de man begint over levend water. Water dat ál je dorst lest, alles waar je in het leven mee worstelt. Het is water dat hoop geeft, eeuwig leven. En deze man heeft er alles mee te maken. Wie is Hij?