Dag 16 van de veertigdagentijd. Het is 7 maart. Eline, verbonden aan Lume, is op zoek naar hoop in een geschiedenis waarin God Mozes en Aäron straft met de aankondiging van hun dood. Omdat ze niet op God vertrouwd hebben en geen ontzag hebben getoond voor Gods heiligheid. In Numeri 20:9 en 10 kun je lezen waarom: Mozes nam de staf uit het heiligdom, zoals de HEER hem had opgedragen. Hij en Aaron lieten iedereen bij de rots samenkomen. ‘Luister, opstandig volk,’ zei Mozes, ‘zullen wíj voor u uit deze rots water laten stromen?
Ik moet eerlijk bekennen: ik vind het bijbelgedeelte van vandaag best een ingewikkelde tekst.
God geeft Mozes een duidelijke opdracht: ‘Spreek tot de rots.’ Maar Mozes spreekt niet tot de rots, hij sláát erop. God ziet dit als een gebrek aan vertrouwen en een gebrek aan ontzag voor Hem. Het gevolg is groot: Mozes en Aaron zullen het beloofde land niet binnengaan.
Dat schuurt bij mij.
Want Mozes luistert toch naar God? Hij roept het volk bij elkaar. Hij gelooft dat God water zal geven. Hij verwacht dat wonder. Alleen: hij doet het nét anders dan God gezegd heeft. Niet spreken, maar slaan. Een ogenschijnlijk klein verschil, met enorme gevolgen. Ik vind het ingewikkeld dat God op zoiets wat klein lijkt, zo heftig reageert.
Maar misschien zit de kern van dit verhaal niet alleen in wat Mozes doet, maar in wat er zichtbaar wordt.
Mozes zegt tegen het volk: ‘Zullen wíj voor u water uit deze rots laten stromen?’ De aandacht gaat van God naar Mozes en Aäron. Van vertrouwen naar controle. En vervolgens kiest Mozes zijn eigen manier: de manier die hij kent en die eerder werkte (in Exodus 17).
Maar het is niet de manier die God nu vraagt.
Dit verhaal gaat dus ook over wie er centraal staat. Over hoe gemakkelijk het is om, zelfs in Gods dienst, jezelf op de voorgrond te zetten. Over hoe dun de lijn soms is tussen vertrouwen op God en vertrouwen op je eigen ervaring en kracht.
En juist daar raak ik, op de weg van hoop, een beetje hopeloos. Want als Mozes, de man die God van aangezicht tot aangezicht kende en zo vaak zijn vertrouwen op God liet zien, voor één misstap zulke grote consequenties ervaart… hoe staat het dan met mij? Hoe scherp luister ik eigenlijk naar wat God zegt? Of trek ik toch mijn eigen plan? En nog confronterender: stel ik God echt centraal in wat ik doe, of uiteindelijk toch mezelf?
Toch… is dit verhaal niet hopeloos.
Want ondanks Mozes’ ongehoorzaamheid, komt er water. God laat het volk niet sterven van de dorst. Hij blijft voorzien. Wat een genade. Gods trouw blijkt groter dan het falen van mensen.
En dan vers 13: “Dit zijn de wateren van Meriba, waar de Israëlieten met de HEER twistten, en waar Hij zijn heiligheid onder hen bewees.” Dit vind ik misschien wel het meest hoopvolle vers van dit hele gedeelte. Niet Mozes’ falen krijgt het laatste woord, maar Gods heiligheid. God openbaart Zichzelf juist op deze plek van conflict en tekort. Zijn heiligheid en genade gaan hand in hand.
Dat betekent niet dat fouten geen gevolgen hebben. Die zijn er. Het betekent wél dat God Zich niet terugtrekt. Hij blijft aanwezig. Hij blijft geven. Hij blijft heilig en trouw. Gods heiligheid en genade gaan hand in hand.
Misschien nodigt deze tekst ons uit tot enkele eerlijke vragen:
Waar sla ik, terwijl God vraagt om te spreken?
Waar vertrouw ik op wat eerder werkte, in plaats van opnieuw te luisteren?
Podcast: Play in new window | Download