Gefeliciteerd, je luistert naar de laatste aflevering van de podcast 40 dagen hier&nu van dit seizoen. Wat heeft de veertigdagentijd jou gebracht? Wat wil je vasthouden nu we onderweg gaan naar Pinksteren? Ewoud laat woorden van Petrus naar voren komen. We lezen 1 Petrus 1:3-4: Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons door de opstanding van Jezus Christus uit de dood opnieuw geboren doen worden en ons zo levende hoop gegeven. Er wacht u, die vanwege Gods kracht wordt beschermd, in de hemel een overgankelijke, ongerepte erfenis, die nooit verwelkt.
Petrus verbindt hier verleden, heden en toekomst. Hij verbindt Jezus’ overwinning aan het kruis en opstanding uit de dood met het eeuwige leven dat voor ons in het verschiet ligt. Het eeuwige leven dat ons uit Gods liefde en barmhartigheid wordt gegeven. Een erfenis die niet vergaat. Dat geeft ons houvast en hoop in onze tijd.
Een tijd waarin we zoeken naar manieren om Jezus te volgen en vanuit zijn liefde hoopvol te handelen. Hoe doe je dat te midden van de gebrokenheid van ons eigen leven en van de wereld om ons heen?
Laat me vandaag een schurend thema aansnijden; onze omgang met geld en goed.
Onze dochter krijgt sinds kort kleedgeld. Dat zorgt voor interessante discussies thuis over de hoogte van het kleedgeld en wat er wel of niet zelf moet worden betaald.
Wanneer begin je kinderen bewust te maken dat alles van God komt? En dat het goed is om met een deel van je geld anderen tot zegen te zijn?
Dat begint natuurlijk bij onszelf, als ouders, opvoeders en vormers. Hoe gaan wij om met geld?
Een checkvraag die ik mijzelf stel is: hoeveel geef ik op jaarbasis uit aan ontspanning en vakanties? Is dat meer, minder of gelijk aan wat ik weggeef aan goede doelen?
Een andere checkvraag: is het voor mij haalbaar om, naar oudtestamentisch gebruik, 10% van mijn netto-inkomen weg te geven? (zie bijv. Numeri 18:21–24)
Niet omdat het moet, maar omdat het gaaf is om een deel van de middelen die ik uit genade ontvang, te herinvesteren in geloof en herstel in deze wereld. Je zou ook kunnen zeggen: geven aan goede doelen—net als geven aan de kerk—is uit dankbaarheid investeren in het Koninkrijk van Jezus.
Wij mogen dus met onze middelen investeren in het geloof van zoekers, van onze kinderen en van onszelf. Door te geven aan de kerk.
En wij mogen net zo investeren in het herstel van mensen en de schepping dichtbij en ver weg die in moeilijke omstandigheden verkeren. Door te geven aan goede doelen zoals de Voedselbank, Schuldhulpmaatje, A Rocha, Verre Naasten of Tearfund.
Het voert te ver om hier al het Bijbelonderwijs over geld te behandelen. Daarom sluit ik dit gedeelte af met een vers uit Paulus’ tweede brief aan de Korintiërs:
Iedereen moet voor zichzelf besluiten hoeveel hij wil geven. Je moet van harte geven, en niet omdat het verplicht is. Want God houdt van mensen die met vreugde geven.
(2 Korintiërs 9:7)
Met onze dochter zijn we er op uitgekomen dat we haar kleedgeld met vijf euro hebben verhoogd en zij zelf een goed doel uitzoekt dat ze nu structureel steunt.
Mag God je zegenen met wijsheid, vrijheid, zegen en plezier in je omgang met geld en middelen, als onderdeel van zijn Koninkrijk.
We sluiten deze podcast, De Weg van Hoop, af met een bewerkt gebed van Reinhold Niebuhr
God, geef mij de rust
Om te leven bij de dag,
Om van één moment tegelijkertijd te genieten.
Om moeilijkheden te zien als het pad naar de vrede.
Er op vertrouwend dat Jezus alles in orde zal maken,
als ik me aan Zijn wil overgeef.
Amen.
Podcast: Play in new window | Download