Emmaüsgangers

Nieuwe hoop? Of gebakken lucht? We lezen vandaag, 7 april, het eerste gedeelte van de dagtekst uit Lucas 24:21-32. Twee leerlingen lopen naar Emmaüs. Iemand loopt met hen op, ze vertellen hem wat er in Jeruzalem is gebeurd met Jezus , een machtige en geliefde profeet. Gedood aan het kruis.

‘Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeeurd is. Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen vertellen dat er engelen aan hen verschenen, die zeiden dat Hij leeft’.

Wouter van Verre Naasten reflecteert hierop…

Fake news. Het is tegenwoordig overal. Nepnieuws, juicekanalen, AI-foto’s, wereldleiders die spelen met de waarheid. Op social media roept iedereen wat. Soms weet je niet meer wat echt is. Wat is waarheid? Wie zegt mij dat iets klopt? Wat kan ik nog geloven?

Fake news. Dat dachten de Emmaüsgangers ook. Ze hadden Jezus met hart en ziel gevolgd. Al hun hoop op Hem gevestigd. Nu blijkt het allemaal gebakken lucht te zijn. ‘Wij dachten nog wel dat Hij de Messias was, wij leefden in de hoop dat Hij ons zou bevrijden.’ (vers 21) ‘Maar het is nu al de derde dag sinds ze Hem hebben gedood.’ Teleurgesteld keren ze terug naar huis. Het kán gewoon niet waar zijn. Ze hebben op het verkeerde paard gewed.

En wees eens eerlijk, hoe vaak hebben jij en ik niet dezelfde gedachten? Dat je in de kerk zit en denkt: Geloof ik dit echt? Over God, de Vader, Zoon en Geest? Over kruisiging en opstanding? Zegeningen en wonderen? Schepping en herschepping? Ja, het is een prachtig verhaal, vol hoop en verwachting – het mooiste verhaal dat ik ken. Maar wat, als het allemaal niet echt gebeurd blijkt te zijn?

Jezus’ reactie op de Emmaüsgangers komt op mij nogal bruut over. In de vertaling van Het Boek: ‘Wat zijn jullie toch dom!’ (vers 25) Hebben jullie dan zo weinig verstand? Het zal je maar gezegd worden…Toen ik er wat langer over nadacht, besefte ik: Soms is het goed als iemand je wakker schudt. Jou liefdevol de ogen opent. Want Jezus laat het niet bij een terechtwijzing. Hij opent de Bijbel, breekt het brood, deelt Gods liefde uit:

‘Zie je niet dat alle Schriften deze gebeurtenissen voorspeld hebben? Dat alle lijnen uit het Oude Testament bij mij, Jezus, uitkomen? Dat God op déze manier – door lijden en sterven heen – Zijn Koninkrijk wil vestigen? En dat mijn Koninkrijk nu al werkelijkheid is, dáár waar mijn volgelingen brood en wijn delen, de verlossing vieren?’

Ik ben blij met dit verhaal van de Emmaüsgangers. Het leert me dat er bij God ruimte is voor mijn vragen, twijfels, worstelingen. Ik hoef niet alles op een rijtje te hebben, ik hoef niet altijd op de toppen van mijn geloof te zitten, ik hoef niet elke zondag in jubelstemming naar huis te gaan.

Het laat óók zien dat we in de kerk aan elkaar gegeven zijn, om elkaar de ogen te openen. Elkaar op Gods werkelijkheid te wijzen. Als we samenkomen, zingen, vieren, de maaltijd delen. We mogen als Jezus zijn voor elkaar. Zie je niet, dat Gods Koninkrijk steeds meer zichtbaar wordt wereldwijd? Ondanks alle tegenstand? Dwars door alles heen? Kijk toch: God is bezig. In levens van mensen, op onverwachte plekken, overal. ‘Open je ogen en zie!’ (Psalm 91:8)

Wanneer heeft iemand jou geholpen om God te zien? Of wanneer mocht jij een ander de ogen openen?