Wij hebben een wet die zegt…

Vandaag, 14 maart en de 22e dag van de veertigdagentijd, zien we Jezus opnieuw in zijn zorg voor ons. Ria, betrokken bij LPBMedia, schetst aan de hand van de geschiedenis van de overspelige vrouw hoe liefdevol en onweersproken Jezus hierin is. We lezen Johannes 8:5, waarin de farizeeën en schriftgeleerden zich uitspreken, daar staat: ‘Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen.’

Schriftgeleerden en farizeeën brengen een vrouw bij Jezus. Ze zetten haar in het midden en ze stellen haar tentoon. Iedereen moet maar eens goed naar haar kijken. Zó ziet een overspelige vrouw eruit. Ze is op heterdaad betrapt. Door wie? Misschien wel door degenen die haar komen brengen: farizeeën en schriftgeleerden.

Ze hebben alleen de vrouw meegenomen. Er moet toch ook een man bij betrokken zijn geweest. Maar die is nergens te bekennen. Vreemd. En we missen nóg iemand. De vrouw is waarschijnlijk getrouwd. Maar waar is haar echtgenoot? Het wordt ons niet verteld. Er zijn wel veel mensen naar Jezus komen luisteren. En zij kijken nauwlettend toe.

Alle ogen zijn op de vrouw gericht. Ze lijkt wel een publiek bezit. Bezit van een overspelige man die haar gebruikte en in gevaar bracht. Bezit van moraalridders die hun best hebben gedaan om haar te betrappen. En nu van iedereen die om haar heen staat. Iedereen kijkt naar haar. En de schriftgeleerden en farizeeën spreken Jezus aan. “Mozes draagt ons op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt U daarvan?

Iedereen heeft het gehoord, en iedereen kijkt naar de vrouw. Alleen Jezus niet. Hij bukt zich, Hij schrijft in het zand. Hij wendt zijn ogen af, niet omdat Hij haar het aankijken niet waard vindt, maar om haar iets van privacy en waardigheid te gunnen. Wat schrijft Hij nu toch in dat zand? Steeds meer ogen wenden zich van de vrouw af. Ze kijken naar Jezus, en ze proberen zijn handschrift te ontcijferen.

Maar de schriftgeleerden en de farizeeën blijven aandringen: “Wij hebben een wet die zegt dat zij moet sterven!” Dan staat Jezus op. Hij kijkt de wetgeleerden aan. “Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.” Hij bukt zich weer en Hij schrijft weer. Bijna alsof het Hem niet aangaat. Maar zijn woorden treffen doel. Terwijl Jezus in het zand schrijft, begint hun geweten zo luid te spreken dat ze één voor één weggaan. De oudsten eerst, en dan kunnen de jongeren niet achterblijven.

Als al die mannen weg zijn, staat Jezus op, de enige die zonder zonde is. Hij kijkt haar aan. “Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?” “Niemand, Heer” antwoordt de vrouw. De zondaren zijn vertrokken. Alleen deze zondares staat er nog. “Ik veroordeel u ook niet.” zegt Jezus. “Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.

Hier stopt het verhaal. We weten niet hoe het verder gaat met de vrouw. Maar de meest transformerende gesprekken zijn díe gesprekken waarin ruimte is voor waarheid zonder oordeel.

Een half jaar later wordt Jezus zelf tentoongesteld aan het volk. Gegeseld, geslagen en bespot. Beschuldigd van godslastering. “Wij hebben een wet die zegt dat Hij moet sterven,” zeggen de priesters en de leiders van het volk. En ook: “Kruisig Hem, kruisig Hem!

En dat is wat er uiteindelijk gebeurt: Jezus wordt ontkleed en gekruisigd. Hij is degene die ter dood wordt veroordeeld. Opdat wij, zondaren, zouden worden vrijgesproken.