Vandaag is het de 7e dag van de Veertigdagentijd. Deze week staan we stil bij de vraag ‘Wie zorgt er voor jou? Op wie stel jij je vertrouwen tijdens een woestijnperiode?
Opnieuw lezen we uit Exodus 16 en volgen we de reis van de Israëlieten. De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik heb gehoord hoe de Israëlieten zich beklagen. Zeg tegen hen: “Wanneer de avond valt zullen jullie vlees eten, en morgenochtend brood in overvloed. Dan zullen jullie inzien, dat Ik, de HEER, jullie God ben.’
Ria, verbonden aan LPBMedia, laat zien hoe deze God ook vandaag onze God is.
De Israëlieten zijn ontkomen aan de farao van Egypte en ze zijn nu zo’n zes weken onderweg. Ze kennen God nog niet zo goed, en ze moeten nog leren om met Hem te leven. God heeft dan ook geduld met hen. Eerst krijgen ze dorst, en God geeft hen water. Nu krijgen ze honger. Ze worden boos op Mozes en Aäron. Ze klagen en mopperen en fantaseren over de vleespotten van Egypte. En weer reageert God begripvol en genadig. Hij zorgt diezelfde avond voor vlees. En de volgende dag, als de dauw optrekt, ligt er een laagje korrels op de grond. De Israëlieten hebben het nog nooit gezien. “Wat is dat?”, vragen ze zich af. En Mozes antwoordt: “Dat is het brood dat de HEER u te eten geeft.” De Israëlieten ontdekken al snel allerlei bereidingswijzen. Je kunt het malen, koken en bakken. Op die manier kun je er koeken van maken. En het smaakt nog goed ook. Elke dag mogen ze één omer, ruim twee liter per persoon verzamelen. Dat is genoeg voor één dag.
Bij dat verzamelen gebeurt er iets bijzonders. De sterke mensen met veel energie verzamelen zoveel mogelijk. Er zijn ook mensen die sneller vermoeid zijn, oudere en kwetsbare mensen. Zij doen hun best, maar ze krijgen niet zoveel bij elkaar. Maar, zo staat er: “Toen ze het namaten, hadden zij die veel verzameld hadden niet meer dan een omer, en zij die weinig verzameld hadden niet minder.” Iedereen krijgt genoeg.
Sommige mensen proberen zuinig aan te doen, zodat ze wat overhouden voor de volgende dag. Want je weet nooit of het er dan weer ligt. Maar dan blijkt het bedorven.
God geeft ons heden ons dagelijks brood. Die zekerheid krijgen ze. Dat is de les die de Israëlieten moeten leren.
Meer dan duizend jaar later voedt Jezus een menigte met vijf broden en twee vissen.
De volgende dag komen de mensen terug. Ze vinden het wel bijzonder, die wonderbare spijziging, maar vergeleken bij Mozes stelt het nog niet zoveel voor, zeggen ze. Hij gaf zijn volk veertig jaar lang brood uit de hemel. Kan Jezus een teken doen dat daarmee vergelijkbaar is?
Jezus geeft een antwoord dat ze niet direct begrijpen: “God gaf in de woestijn brood uit de hemel. Daarmee voedde Hij zijn volk veertig jaar lang. Maar vandaag geeft God brood dat eeuwig leven geeft. Ik ben het ware brood uit de hemel.” Jezus zegt het nog eens, op een heel schokkende manier: “Het brood dat Ik zal geven … is mijn lichaam.” Jezus geeft ons leven door zijn dood. Niet voor één dag en ook niet voor veertig jaar, maar voor eeuwig. En het is voor iedereen die in Hem gelooft.
In de woestijn moesten de Israëlieten het manna verzamelen. Maar het was geen wedstrijd, geen strijd om het bestaan. “Zij die die veel verzameld hadden niet meer, en zij die weinig verzameld hadden niet minder.” Het was genadebrood.
Misschien ken je mensen met een groot en sterk geloof. Misschien heb jij een klein en kwetsbaar geloof. Maar Jezus is genoeg, voor vandaag en voor de eeuwigheid. Die zekerheid krijg je.
Podcast: Play in new window | Download