23 februari, dag 5 van de veertigdagentijd. Het volk Israël is nog maar net door de Rode Zee getrokken. De bevrijding ligt vers achter hen, de lofzang klinkt nog na. Maar dan gaat de weg verder, de woestijn in. En daar in de woestijn klinkt de keuze: waar vertrouw je op?
Eline geeft woorden aan hoe het volk Israël reageert als het geconfronteerd wordt met grote dorst. We lezen eerst Exodus 15:22-24. Van de Rietzee ging Israël in opdracht van Mozes weer verder (…) Drie dagen trokken ze door de woestijn zonder water te vinden. Toen kwamen ze in Mara. Het water van Mara konden ze echter niet drinken, zo bitter was het; (…) Het volk begon zich bij Mozes te beklagen. ‘Wat moeten we drinken?’
Drie dagen lang is er geen water. Dat is niet niks. Dorst vreet aan lichaam en geest. Als ze dan eindelijk water vinden bij een plaats die Mara heet, blijkt het ondrinkbaar. Bitter. De lofzang maakt plaats voor een klaagzang.
Een scherpe overgang, maar ook een herkenbare. Hoe snel kunnen momenten van dankbaarheid omslaan in onrust wanneer omstandigheden veranderen. In Exodus 15 zien we hoe het volk van lofzang naar gemor gaat. Toch is hun reactie niet alleen ondankbaarheid; het is ook menselijke nood. Dorst maakt kwetsbaar. En juist in die kwetsbaarheid wordt zichtbaar waar je je vertrouwen zoekt.
Nu herken ik mezelf wel in die stemmingswisselingen van de Israëlieten. Op zondag zing ik God groot en denk ik aan al het goede dat Hij mij afgelopen week heeft gegeven. En op maandag, wanneerde werkweek begintis mijn agenda te vol, een kind ziek, en lopen plannen anders dan gedacht. Voor ik het weet loop ik te klagen. De afstand tussen lofzang en gemor blijkt soms maar klein.
Wat mij raakt in dit gedeelte is de terugkerende cirkel die we steeds zien in Exodus: het volk klaagt, Mozes gaat naar God, en God blijft getrouw. Als de Israëlieten het uitzingen van vreugde, is God daar. Maar ook als ze mopperen en teleurgesteld zijn, is Hij daar. Dat vind ik een ongelooflijk geruststellende gedachte. Wat het volk ook doet of voelt, God blijft dezelfde. En wat jij en ik ook doen of voelen, Hij blijft dezelfde.
Mozes roept de HEER aan, en God wijst hem een stuk hout aan. Het water van Mara wordt zoet. Omdat God trouw en genadig is. Hij openbaart zich hier als de HEER, hun genezer. Degene die niet alleen het water verandert, maar ook het hart van Zijn volk wil vormen tot vertrouwen.
Waar het volk Israël nog Mozes nodig had als bemiddelaar, hebben wij nu Jezus. Hij overbrugt de afstand tussen God en ons. Geen afstand meer. Jezus werd aan ons gelijk. Hij is dichtbij, zelfs in onze dorst en kwetsbaarheid.
Ik moest hierbij denken aan één van mijn favoriete liederen: Geen Afstand van ELINE Music. De woorden passen zo mooi bij dit bijbelgedeelte:
U bent niet bang voor mijn vragen
Mijn twijfel schrikt U niet af
U deinst niet terug bij het zien van mijn falen
Daar in mijn zwakte zie ik Uw kracht
U bent niet verrast als ik struikel
Niet boos of teleurgesteld
U tilt mij op en U toont mij Uw goedheid
Daar in Uw armen vind ik herstel
Het bijbelgedeelte eindigt met hoopvolle woorden: “Daarna kwamen zij in Elim; daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen.” Mara is niet het eindpunt. Beproeving is niet het einde. God laat dit keer op keer zien in Exodus. En Hij wil dat ook in jouw leven laten zien. Soms zie je Elim pas, nadat je door Mara bent gegaan.
Podcast: Play in new window | Download