Weidegrond vinden

Vandaag is het 21 maart en dag 28 van de veertigdagentijd. We sluiten het thema van deze week: Wat een verandering! af met Johannes 10-6-10. Het is het vervolg op de tekst van gister. Wie is die goede Herder, wie en wat is Hij nog meer? Jan-Matthijs, verbonden aan Verre Naasten, diept het beeld van de goede Herder verder uit. We lezen: Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. Daarom vervolgde Hij: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, Ik ben de deur voor de schapen. Zij die voor Mij kwamen waren allemaal dieven en moordenaars, maar naar hen hebben de schapen niet geluisterd. Ik ben de deur…

Er is geen terrein zo fascinerend om cultuurverschillen te ontdekken als huwelijk, seks en relaties. Elke keer als ik het met mijn studenten in Afrika daar over had, waren we van beide kanten vol verbazing. “Hoeven jullie echt geen bruidsprijs te betalen? Maar hoe weet je dan dat het huwelijk stabiel blijft?”. Of andersom: “Dus alles wat je leert over seksualiteit, hoor je van je grootouders te leren? Werkelijk?”.

Groot was bijvoorbeeld mijn verbazing, toen ik hoorde dat bij veel volken de voorouderlijke traditie precies voorschrijft wie waar in het huwelijksbed hoort te slapen. En de logica was verbluffend eenvoudig. De man hoort aan die kant van het bed te slapen, waar de deur is. Zijn vrouw ligt achter hem. De deur is namelijk de plek waar ’s nachts inbrekers of ander gespuis binnen kan komen. Dan moet de man alert zijn en zijn gezin beschermen, desnoods met zijn leven.

Iets van deze traditionele wijsheid schemert door in de woorden van onze Here Jezus vandaag. Het gedeelte is vooral bekend omdat Jezus zich ‘de goede herder’ noemt, een beeld waarin allerlei echo’s uit andere bijbelgedeelten mee klinken. Maar onze Heer gebruikt nog een ander beeld. “Ik ben de deur van de schapen” zegt Hij. Waarschijnlijk dacht Jezus daarbij niet aan de grote schaapskooi in het dorp. Die was van steen, goed afgesloten en had een stevige deur, soms zelfs met een bewaker.

Maar als een herder een paar dagen verderop in het veld bivakkeerde, maakte hij voor de nacht een soort kampeer-schaapskooi met muren van ineengevlochten takken. Zo’n schaapskooi had geen echte deur. In plaats daarvan ging de herder zelf liggen slapen in de ingang. Als er dan gevaar dreigde in de vorm van een dief of een roofdier, dan was de herder daar zelf om zijn dieren te beschermen.

Veiligheid, dat is het eerste wat meeklinkt. Jezus zegt tegen je: Ik zorg voor een compleet veilige plek en niemand komt daarbij. Ik bescherm je, inderdaad met mijn eigen leven. Alle aanvallen van kwade machten, in de vorm van beschuldigende stemmen, van anderen of van jezelf, in de vorm van twijfel, aan God of aan jezelf, Ik bescherm je daartegen, omdat ik mijn leven juist daarvoor heb gegeven. Ik ben doodgegaan aan al die beschuldigingen, aan de twijfel, juist om jou daar helemaal van te bevrijden.

Veiligheid is het eerste, maar niet het enige. Let erop wat Jezus zegt: Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. In- en uitlopen. Achter de deur Jezus vind je veiligheid, maar door de deur Jezus vind je ruimte. Weidegrond, zegt hij zelf. Dat is in de Bijbel: het goede leven. Vrijheid, blijdschap, geluk.

Mag ik je uitnodigen om daar vandaag nog eens over na te denken. Het goede leven, waar we allemaal zo naar verlangen, is te vinden als je door de deur stapt die Jezus zelf is!