Vandaag, de 5e maart en de 14e dag van de veertigdagen tijd, neemt Derk Jan, verbonden aan Kerkpunt, ons mee naar ‘buiten het kamp’. In Exodus 33:1-11 gaat het over zo’n plek, namelijk de ontmoetingstent ‘buiten het kamp’ waar God met Mozes sprak. Er is grote spanning ontstaan omdat het volk het gouden kalf heeft gemaakt, zoals we gisteren hoorden. Wat nu? Is God ondanks dat nog steeds dichtbij?
Jaren geleden nam ik deel aan een jongerenconferentie in Zuid-Afrika. Een week lang werden we ondergedompeld in het Evangelie. Eén van de sprekers was Adjith Fernando, predikant en jarenlang directeur van Youth for Christ in Sri Lanka. Wat me vooral is bijgebleven, is niet zozeer wat hij zei, maar hoe hij was. Deze man ademde liefde voor God. Het kwam uit al zijn poriën. Hij sprak met vuur en passie, maar ook met een opvallende zachtmoedigheid en kwetsbaarheid.
Toen kwam het moment dat ik hem zou ontmoeten. Aan de ene kant wilde ik dat graag. Tegelijk voelde ik spanning. Wat zeg je tegen iemand die zo duidelijk met God leeft? Hoe gedraag je je? Ik voelde me ineens klein en ongemakkelijk. Alsof ik zelf tekort zou schieten in zijn nabijheid.
Misschien herken je iets van die spanning. Dat je verlangt naar nabijheid, maar er ook voor terugschrikt. Die spanning tussen afstand en nabijheid klinkt ook door in de Bijbeltekst van vandaag uit Exodus 33. We lezen twee verzen:
(vs 3)‘“Ik trek niet met jullie mee,’ zegt de HEER, ‘want jullie zijn een onhandelbaar volk en Ik zou jullie onderweg kunnen doden.”
(vs 7): ‘Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op; hij noemde die tent de ontmoetingstent.’
God zegt: Ik ga niet met jullie mee. Die harde woorden klinken tegen de pijnlijke achtergrond van het gouden kalf. God houdt bewust afstand. Niet omdat Hij zijn belofte loslaat, Hij zal het land geven, maar omdat zijn heilige nabijheid gevaarlijk is voor een volk dat zo ver bij Hem vandaan leeft. Wel stuurt Hij een engel mee, zodat het volk niet omkomt.
God is de ontzagwekkende. Heilig. Groter dan wij aankunnen. Zoals Wouter gisteren zei: op deze God krijgen wij geen grip. Hij glipt zomaar door je vingers. En dat is spannend. Soms hou je God liever op afstand, omdat zijn nabijheid confronterend is. Omdat Hij je leven aanraakt op plekken waar je liever zelf de regie houdt.
Toch… God wil niet op afstand blijven. Mozes zet een tent op. Een ontmoetingstent. God wil zijn volk ontmoeten. Wie Hem zoekt, mag komen. Je moet wel in beweging komen. De tent staat buiten het kamp. Ontmoeting met God is niet vanzelfsprekend. Het betekent afstand nemen en loslaten. Het kamp verlaten en niet precies weten wat er gaat gebeuren. Je weet alleen: hier wil God mij ontmoeten.
Die spanning tussen afstand én nabijheid is onlosmakelijk verbonden met een leven met God. God is heilig en tegelijk nabij. Ontzagwekkend en uitnodigend. Die spanning moeten we leren verdragen.
In de 40-dagentijd leren we wat het leven van Jezus en zijn weg van dood en opstanding voor ons betekent. In de Hebreeënbrief (hst. 13:11-13) lezen we dat Jezus ons voorging buiten het kamp op de weg van gehoorzaamheid, nederigheid en liefde. Die plek buiten het kamp is de plek van ontmoeting, de plek waar het leven begint. Waar God ons vormt, stuurt en vernieuwt. Jezus volgen betekent risico nemen en ruimte maken voor ontmoeting. We mogen leren loslaten wat ons vasthoudt en vertrouwen op God die ons draagt. De vraag is niet of God nabij wil zijn, maar of wij bereid zijn te gaan. Misschien is één stap vandaag genoeg.
Waar houd jij God liever op afstand?
Podcast: Play in new window | Download