Het is vandaag 4 maart en dag 13 van de veertigdagentijd. God is heel dichtbij en toch glipt Hij voor je gevoel zomaar door je vingers.
Wouter, verbonden aan Verre Naasten, stelt aan het eind van deze podcast een vraag aan jou. De bijbeltekst voor vandaag is Exodus 32:1-8. Mozes is lange tijd op de berg Sinaï. Het volk wordt ongeduldig en opstandig. We lezen vers 7 en 8. De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. Nu al zijn ze afgeweken van de weg die Ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid.”’
Wat gaat er mis in de geschiedenis van het gouden stierkalf? Daar zijn bibliotheken over vol geschreven. Er zit ontzettend veel in dit verhaal, het is een geschiedenis met diepe lagen. Wat hier in elk geval misgaat, is de diepmenselijke neiging om grip te krijgen op God. Eerlijk is eerlijk: wij willen het liefst een tastbare God. Die je op de een of andere manier kunt vastpakken. Zodat je een gevoel van controle hebt.
Maar de God van de Bijbel kun je eerder met een stuk zeep vergelijken. Je weet wel, zo’n hard stuk zeep waar men zich vroeger mee waste. Toen er nog geen shampoo, douchegel en dergelijke bestond. Als je zo’n hard stuk zeep nat maakt, floept het zomaar uit je handen. Je krijgt er geen greep op.
Super irritant soms. Zo is God ook: als een stuk zeep dat ons door de vingers glipt. Ja: Hij is betrokken en nabij, voelbaar aanwezig – dichterbij dan wij onszelf kunnen voorstellen! En tegelijkertijd krijg je geen vat op Hem. We hebben God niet in de vingers. Daar is Hij veel te machtig voor.
Dan hebben wij, Nederlanders, wél een probleem. Wij zijn ontzettende controlfreaks. Wij willen snappen hoe dingen werken. De touwtjes in handen hebben. Invloed uitoefenen. De risico’s in kaart brengen. Plannen, organiseren en evalueren. Zodat we niet voor verrassingen komen te staan. Bij God werkt het niet zo. God overstijgt ons aan alle kanten. Ten opzichte van ons, mensen, bevindt God zich écht op een ander level. Steeds als je denkt dat je God begrijpt, moet je erkennen dat er nog zoveel is, wat je niet begrijpt. God is veel te groot voor ons.
Wat mensen vaak doen, is dat ze dan maar hun eigen goden creëren. Die snappen ze tenminste. Daar krijgen ze grip op, die kunnen ze naar hun hand zetten. Je weet wat je aan ze hebt. Geld, bezit, carrière, status, macht, seks – om maar een paar dingen te noemen. Of een gouden stierkalf, zoals in dit verhaal. Natuurlijk wisten de Israëlieten dat het gouden stierkalf geen échte god was. Ik kan me moeilijk voorstellen dat ze écht geloofden dat dit beeld hen kon redden. Vers 8 doet vermoeden dat ze ‘deden alsof’. Hoe dan ook: het was beter dan niets. Je hébt tenminste wat.
Voor christenen is het een hele kunst de neiging greep te houden op God, los te laten. Om te erkennen dat Hij ons altijd weer, op een of andere manier, uit handen glipt. Waarom zou je dan tóch je vertrouwen in Hem stellen? Omdat het geloof in déze God je zoveel vrede brengt en de andere goden in ons leven alleen maar onrust zaaien. Jezus heeft het ons voorgedaan, hoe je kunt leven in overgave aan God, door alles los te laten, over te geven – zelfs zijn eigen leven. ‘Vader, in uw handen leg ik mijn Geest.’ Zo wil God ook jouw God en Vader zijn, dichterbij jou zijn dan jij je kunt voorstellen.
Maar je kunt Hem alleen vinden, als je Hem éérst loslaat.
Kun je dat?
Podcast: Play in new window | Download