Gebedssteun

Vandaag is het 27 februari en dag 9 van de veertigdagentijd. Deze eerste week staan we stil bij de vraag ‘Wie zorgt er voor jou? Op wie stel jij je vertrouwen als het leven moeilijk wordt. Met die vragen op de achtergrond, schetst Ewoud, verbonden aan Verre Naasten, voor ons de geschiedenis waarin het volk Israël voor het eerst tijdens hun tocht door de woestijn wordt aangevallen. Het staat in Exodus 17:8-16. De aanval wordt ingezet door het volk van Amalek, afstammelingen van Esau.

Opvallend is dat God geen duidelijke instructies geeft aan Mozes en het volk over hoe zij deze strijd moeten aangaan. Toch lijkt Mozes intuïtief te weten wat hem te doen staat. Terwijl Jozua het leger aanvoert in de strijd, gaan Mozes, zijn broer Aäron en Chur een nabijgelegen heuvel op. En daar, bovenop die heuvel, gebeurt iets bijzonders. Mozes heft zijn hand met daarin de staf omhoog naar de hemel. Zolang hij zijn hand opgeheven houdt, is Israël in het voordeel. Maar zodra Mozes vermoeid raakt en zijn staf laat zakken, krijgt Amalek de overhand.

Met de steun van Aäron en Chur lukt het Mozes om de staf zolang als nodig omhoog te houden. Uiteindelijk behaalt Jozua de overwinning. Mozes beseft dat deze overwinning niet te danken is aan militaire kracht, maar aan Gods machtige nabijheid en ingrijpen. Daarom geeft hij namens het volk alle eer aan God.

Hoe lees of hoor jij dit verhaal?

Hoewel jij waarschijnlijk geen fysieke strijd hoeft te voeren vandaag, is deze tekst verrassend actueel. Ze onderstreept het belang van gebed. Niet zomaar gebed, maar offensief gebed. Gebed dat zich richt tegen de kwade machten en krachten die ook vandaag actief zijn in de wereld om ons heen. Want iets, en soms veel, van Amalek herkennen we nog steeds in onze tijd.

Karl Barth verwoordt dit scherp: ‘De handen ineenslaan in gebed is het begin van een opstand tegen de chaos in de wereld.’ Dat is precies wat Mozes doet. En het is wat Jezus ons leert, in het Onze Vader en in zijn gebed uit Johannes 17, vlak voor zijn lijden, sterven en opstanding.

Lukt het mij, lukt het jou om, alleen en samen met andere gelovigen, verder te komen dan de korte, gangbare gebeden bij het openen van een vergadering of het afsluiten van een maaltijd? Begrijp me goed: deze gebeden zijn waardevol. Maar ze mogen worden aangevuld met intensievere momenten van persoonlijk en gezamenlijk gebeden. Want er is sprake van strijd. Er botsen twee koninkrijken: het koninkrijk van het licht, van Jezus, en het koninkrijk van de duisternis.

In IJsselstein, waar ik als voorganger werkzaam mag zijn, bidden we iedere dinsdagochtend met een klein groepje tijdens het stadsgebed. Die plek en dat moment helpen mij om mij te richten op Jezus en Zijn koninkrijk. Het voedt mijn verlangen naar meer van Jezus en zijn aanwezigheid in IJsselstein. Bijzonder is dat een groep vrouwen al meer dan dertig jaar trouw samenkomt voor dit stadsgebed. Naast voorbede, vieren we de momenten waarop we ervaren dat iets van Gods handelen in onze stad, in mensenlevens zichtbaar wordt.

Afgelopen zondag is daar een voorbeeld van: twee vrouwen deden belijdenis van hun geloof, en één van hen werd gedoopt. De één keerde, na omzwervingen in de new-agehoek, terug naar haar eerste liefde. De ander kwam dankzij een non die zij tijdens haar werk verzorgde en dankzij een Kliederkerk en alpha-cursus tot geloof.

Terwijl ik dit schrijf, is het de Week van Gebed. Op vier avonden zoeken gelovigen uit protestantse, katholieke, evangelische en gereformeerde kerken elkaar op om samen te bidden. Samen heffen we de staf naar de hemel, voor onze stad, de kerk en de wereld. Mag dit moment zo ook voor jou een uitnodiging en aanmoediging zijn om te blijven groeien in persoonlijk én gezamenlijk gebed voor jouw omgeving.

Gebed (Psalm 67:2 en 3) om samen te bidden

God, wees ons genadig en zegen ons,
Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.
Dan zal men op aarde uw weg leren kennen
In heel de wereld uw reddende kracht.