Dag 8 van de Veertigdagentijd. We lezen uit Exodus 7: Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte, zeiden ze tegen Mozes. ‘Om ons van dorst te laten sterven, met onze kinderen en ons vee?’ Mozes riep luid de HEER aan. ‘Wat moet ik met dit volk beginnen?’ vroeg hij. ‘Er hoeft niet veel meer te gebeuren of ze stenigen mij!’ Jonneke, spreker bij Lume, zet zichzelf en ons stil bij ons klaaggedrag en hoe God hierop reageert.
Pas had ik een drukke periode op mijn werk. Ik had het gevoel dat er veel op m’n bordje lag en dat ik het allemaal maar net kon behappen. Aan het eind van zo’n drukke dag vertelde ik dit een collega. Mijn collega luisterde naar mijn geklaag en herkende het ook.
Het volk van Israël had wel grotere problemen dan ik had op mijn werk. Ze hadden hevige dorst in de woestijn en werden boos op Mozes. Ze klaagden en vroegen zich af waarom hij hen uit Egypte had weggehaald.
Eerder dacht ik wel eens: waarom klaagde het volk zo? Ze hadden de tien plagen meegemaakt, de zee die voor hen openspleet, manna in de woestijn. Ze hadden God zulke grootse dingen zien doen. Ze konden toch weten dat God bij hen was? Waarom leken ze dit zo vaak te vergeten? ‘Is de Heer nu in ons midden of niet?’ staat er in vers 7 van de Bijbeltekst van vandaag.
Toch werkt het bij mezelf ook vaak zo. Vooral als er iets misgaat of als ik stress ervaar. Dan ga ik balen en klagen dat iets niet loopt zoals ik had gewild. En waar is God hierin? Is hij erbij? Zoek ik Hem eigenlijk wel op in mijn geklaag?
Misschien herken je dit zelf ook. En… ga je dan naar God toe?
Mozes ging met zijn geklaag naar de HEER. ‘Wat moet ik met dit volk beginnen?’ Hij is zelfs bang dat het volk hem iets aan zal doen. In zijn angst keert hij zich tot God. Hij riep luid de Heer aan, staat er in vers 4.
Dat is iets wat wij van Mozes kunnen leren, dat is wat wij ook mogen doen. Al je angst en al je zorgen bij God neerleggen.
En God antwoordt Mozes.
Hij zegt: ‘Ga samen met een aantal van de oudsten van Israël voor het volk uit. Neem de staf waarmee je op de Nijl hebt geslagen in je hand en ga op weg. Ik zal je opwachten op de rots bij de Horeb. Als je op de rots slaat, zal er water uitstromen, zodat het volk te drinken heeft.’
Twee dingen daarin wil ik aanstippen.
God geeft Mozes de opdracht om samen met een aantal oudsten vooruit te gaan. Het laat zien dat Mozes dit niet alleen hoeft te doen. Maar samen met anderen.
Zo hoef ook jij niet alleen te blijven in je zorgen, in het oplossen van problemen op je werk of op een ander gebied in je leven. Je mag hulp vragen, je zorgen delen en samen dingen aanpakken. Ook door andere mensen laat God zien dat Hij voor jou zorgt.
En, het tweede, God zegt tegen Mozes: ‘Ik zal je opwachten op de rots bij de Horeb.’
God wacht Mozes op. Wat een bemoediging.
Is dit ook niet zo bij ons, bij jou en mij? Hij wacht op jou. Totdat je Hem aanroept, Hem om hulp vraagt. Hij wacht op jou. Hij wil voor jou zorgen. Misschien niet zoals jij had gedacht. Misschien stuurt God ook wel iemand naar je toe die jou kan helpen, net zoals de oudsten bij Mozes.
Bij jou misschien een collega op je werk die naar je wil luisteren en met je meedenkt.
Om over na te denken:
- Wie is er voor jou weleens zo’n oudste?
- En voor wie kun jij een oudste zijn?
Podcast: Play in new window | Download