Maria van Betanië

Het is vandaag dag 37 van de lijdenstijd. Je gaat luisteren naar een bijdrage van Marleen van Loenen over Maria van Betanië.

Je zult een BN’er zijn. En je zult een mindere dag hebben. Dat kan natuurlijk niet. Tenminste niet zonder dat dat meteen uitgebreid besproken wordt. Ben je wel eens een BN’er tegen het lijf gelopen? Vaak blijkt het van dichtbij toch een heel normaal mens te zijn. Ergens kan dat een teleurstelling zijn, maar misschien ook een opluchting. Ik stel me wel eens voor bevriend te zijn met een bekend persoon. Zo iemand als Maxima bijvoorbeeld. Hoe zou ik met haar omgaan?

Bekend is trouwens nog wat anders dan beroemd. Iemand kennen is iets anders dan over iemand roemen. Jezus was tijdens zijn leven op aarde bij best veel mensen in zijn omgeving bekend. En zeker rond zijn wonderen zal er veel over hem gesproken zijn. Maar ik heb de indruk dat er minder mensen waren die over hem roemden, hun bewondering voor hem uitspraken.

Mag ik jou eens persoonlijk vragen: ken jij Jezus? Alleen van naam, zeg maar als historisch figuur? Of roem je ook over Hem? Houd je ervan de loftrompet over hem te steken?

Een van de mensen die bevriend was met Jezus, was Maria uit Betanië. Je kent haar misschien als de zus van Martha en Lazarus. Zij had het onmogelijke meegemaakt. Nog niet heel lang geleden had haar vriend Jezus haar broer teruggeroepen uit het graf! Met eigen ogen heeft ze gezien dat Jezus Heer is over dood en leven.

Nu was het enkele dagen voor het Pascha en Jezus was opnieuw bij hen op bezoek. Zijn komst maakte Maria blij, intens blij. Ze kon dan ook niet anders dan dichtbij Hem zijn. Zijn woorden horen, zijn wijsheid proeven, genieten van zijn liefde voor de mensen om Hem heen. Soms vergat ze daardoor de dagelijkse beslommeringen. Dat gaf wel eens wat irritatie bij Marta, haar zus, zij deed dan het meeste werk. Maar ondanks hun verschillende karakters vonden ze elkaar altijd weer in de liefde voor hun Heer en Meester.

Het bezoek van Jezus was anders dan anders. ‘t Was op het scherpst van de snede. Er was dreiging, gevaar vanuit Jeruzalem. Dat ontging Jezus beslist niet. Toch merkte Maria dat hij niet tegen te houden was om naar Jeruzalem te gaan.

Ze wilde een daad stellen. Eerst aarzelend, maar al snel werd het een drang die sterker was dan haarzelf. Ze goot kostbare olie over zijn hoofd, zijn voeten, helemaal.

Er was afkeuring: ‘zulke dure olie’, maar Jezus nam het voor haar op: Ik zal niet meer lang bij jullie zijn. Met andere woorden: laat haar begaan, nu het nog kan.

Zou Maria geweten hebben dat zijn dood dichtbij was? Het was gebruikelijk in die tijd om overleden mensen te zalven. Zou ze intuïtief of geleid door de Geest daarvoor haar kostbare olie hebben gepakt? En als ze het geweten had, wat zou ze hebben gedacht?

Moet zo het leven winnen van de dood? 

Moet dat echt door dit lieve lichaam heen?

Hoor eens wat Jezus daarna zegt ter bemoediging: Hij kijkt al verder dan het graf. Hij spreekt over het goede nieuws dat over heel de wereld gaan zal. En dat er dan verteld zal worden over deze vrouw. Dat mensen overal ter wereld zullen horen wat zij heeft gedaan.

Jezus roemt deze vrouw. En nu wij Hem!

Soms heb ik het diepe verlangen om Hem groot te maken, maar kan ik de woorden niet vinden.

Wat kan muziek dan heerlijk zijn. Luister daarom vandaag eens naar het lied ‘Waymaker’ van Leeland. Dit lied kan je helpen om Jezus alle eer te geven.

luisterlied